Johan Huizing over de reportage flitser

Op 11 april 2025 is Johan gastspreker bij fotoclub de Sluiter in Zaandam. Hij legt ons uit hoe we met een reportageflitser een goed belichte foto kunnen maken. Dit juist met handmatige insellingen op zowel de camaera als de flitser. De automatische TTL flitsbelichting doet namelijk niet altijd wat wij willen en geeft onder dezelfde omstandigheden niet precies hetzelfde resultaat. Dat hangt samen met de hoge lichtintensiteit en zeer korte duur van een flitst.
In veel situaties is het dynamisch bereik van een camera onvoldoende om een goed belichte foto te kunnen maken. Een opname met tegenlicht is een bekend voorbeeld waar een flitser de belichting enorm kan verbeteren. Bij een flitsopname maken we eigenlijk 2 foto's en tellen die bij elkaar op: De DUURopname waarbij de belichting afhangt van sluitertijd, iso en diafragma De FLITSopname waarbij de belichting afhangt van flitsstrekte, flitsafstand, iso en diafragma. Diverse leden bij ons zijn niet vertrouwd met het gebruik van de reportageflitser. Johan weet, zonder al te technisch te worden, ons toch uit te leggen hoe we een goede balans kunnen krijgen tussen DUURlicht en FLITSlicht.

Het eerste voorbeeld wat Johan bespreekt is een opname tegen een ondergaande zon waarbij we een onderbelicht onderwerp in de voorgrond willen oplichten. Je begint hier met het instellen van sluitertijd, iso en diafragma op de camera zodat de achtergrond goed is belicht. Kies doorgaans een sluitertijd langer dan je flitssyncronistie snelheid. Bepaal de afstand die je tussen de flitser en het op te lichten onderwerp wil gaan gebruiken (b.v. 2m).
Zet dan je flitser op dezelfde afstand van een willekeurig onderbelicht onderwerp in de omgeving en stel je flitser in op bijvoorbeeld 1/8 vermogen. Maak een proeffoto met ongewijzigde camerainstellingen. Als onderwerp nog onderbelicht is, dan de flitsstekte vergroten (1/32 → 1/16 → 1/8 → 1/4 → 1/2 → 1/1). Als onderwerp nog overbelicht is, dan de flitsstekte juist verlagen. Als het aanpassen van de flitssterkte niet leidt tot een correcte FLITSopname, dan kan je met dezelfde camera instellingen nog spelen met de flitsafstand. Als de flitsafstand 2 keer groter wordt, dan zal er 4 keer zo weinig flitslicht op het op te lichten onderwerp vallen. Als je de flitsafstand niet wil aanpassen, dan kan je nog de iso of de diafragma aanpassen. Echter dan zal je opnieuw een correcte DUURopname moeten maken door de sluitertijd aan te passen. Bij dit eerste voorbeeld zal het achtergrondlicht bij een ondergaande zon snel wijzigen. Je past dan de sluitertijd aan voor een goede achtergrondbelichting. De flitsbelichting is onafhankelijk van de sluiterijd en blijft goed.

Johan laat ons een ander voorbeeld zien van een sprinter die in een bos naar de camera toe rent. Omdat de sprinter veel beweegt is er een snelheidswaasje achter de sprinter. Als je bijvoorbeeld alleen die waas 2 keer groter wil hebben, dan hoef je alleen de sluitertijd 2 keer groter te maken (of de sprinter 2 keer zo hard laten rennen). Johan geeft ook nog uitleg over 1e en 2e sluitergordijn en richtgetallen van flitsers. Ook de valkuil komt aan bod als je (na het maken van je instellingen) gaat in- of uitzoomen terwijl je flitser is ingesteld op automatisch zoomen. Er is volop gelegenheid tot het stellen van vragen en de voorbeelden van Johan maken de techniek begrijpelijk zonder al te technisch te worden. De schrijver is in ieder geval geinspireerd om hiermee aan de slag te gaan.

Tekst: Steven Oterdoom
Foto’s afkomstig van Johan Huizing.
'Bekijk ook de site van Johan: Flitshuis'